De geschiedenis van Fc Barcelona

FC Barcelona is opgericht op 29 november 1899 door de Zwitser Johan Joan Gamper. De eerste jaren speelden vooral Zwitsers, landgenoten van Gamper, en Engelsen in het eerste elftal. Begin jaren twintig van de twintigste eeuw beleefde Barça de eerste succesvolle periode met diverse prijzen. Ricardo Zamora, Josep Samitier en Paulino Alcántara waren in die tijd de grote sterren. Met het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog en het aan de macht komen van Franco, was er lange tijd sprake van een sterke onderdrukking van de nationalistische gevoelens bij bevolkingsgroepen als Catalanen. Franco veranderde de naam van FC Barcelona zelfs in het Spaanse Club Futbol de Barcelona. Juichen voor de eigen club FC Barcelona was voor veel Catalanen een manier om hun gevoelens te uiten. In de jaren vijftig kende FC Barcelona weer grote successen. Onder de Slowaakse trainer Ferdinand Daučík, de Argentijnse trainer Helenio Herrera en de sterspelers Ladislao Kubala en Luis Suárez Miramontes domineerde Barça in Spanje en in het Jaarbeursstedenbekertoernooi. De verloren Europacup I finale van 1961 tegen Benfica betekende het einde van deze succesperiode. De komst van Rinus Michels, Johan Cruijff en Johan Neeskens in de jaren zeventig brachten nieuwe successen met zich mee voor FC Barcelona, met als hoogtepunt de landstitel van 1975. De jaren tachtig verliepen wisselend voor Barça, maar toen Johan Cruijff in 1988 terugkeerde als coach bij de club, begon de meest succesvolle periode uit de geschiedenis. Onder leiding van Cruijff won het fameuze Dream Team onder andere vier landstitels en de Europacup I. Ook onder de Engelsman Bobby Robson en de derde Nederlandse coach Louis van Gaal bleef FC Barcelona succesvol. In 1992 kreeg de club het Creu de Sant Jordi, een van de hoogste onderscheidingen van de Catalaanse regering. Na een mindere periode aan het begin van de 21ste eeuw, was het in 2005 opnieuw een Nederlander, Frank Rijkaard, die Barça weer naar successen leidde in de vorm van de landstitel en de Supercopa de España. In 2006 werden de landstitel en de Supercopa geprolongeerd, terwijl ook de UEFA Champions League werd gewonnen. Nadat de seizoenen 2006/07 en 2007/08 prijsloos bleven, werd trainer Rijkaard vervangen door Josep Guardiola. Guardiola kende een uiterst succesvol debuutjaar als coach van FC Barcelona met de nationale dubbel (landstitel en Copa del Rey) en de Champions League in 2009, later dat jaar gevolgd door de Supercopa, de UEFA Supercup en de wereldbeker voor clubteams. FC Barcelona is de eerste club die alle zes clubelftal bekers in een jaar won. Het won in 2009 de Champions League, het landskampioenschap, de Spaanse beker, de Europese Supercup, de Spaanse Supercup en het Wereldkampioenschap voetbal voor clubs. In 2010 prolongeerde FC Barcelona de landstitel en de Spaanse Supercup onder leiding van Guardiola. Johan Cruijff noemde het kampioensteam onder leiding van Guardiola een verbeterde versie van het fameuze Dream Team.[1] Deportivo de La Coruña vs. FC Barcelona. In 2011 won het voor het 3e jaar op rij de landskampioenschap, hun 21e titel in totaal. Ook werd in datzelfde jaar de Champions League gewonnen.